Heb weer een boek gekocht.

Hoogteverschillen van Julian Barnes. Op de achterflap lees ik dat het meer dan alleen een boek over rouw is.

Het is een uitdagende bespiegeling over herinneren, over de manier waarop we verhalen maken van onze levens

Ik kan het hele laatste hoofdstuk wel overschrijven.  Het is zo exact precies wat het is. En zo in de taal en beleving waar ik ook van houd.  Het is ook precies waar ik nu lijk te zijn.

Weet je wat het is, de natuur is heel precies, het doet precies zoveel pijn als het waard is. Als het er niet toe deed, zou het er niet toe doen……..”  woorden die ik nu kan gebruiken, het geeft genoegen aan de pijn, zoals hij in zijn boek het verdriet beschrijft.

Hij schrijft over zijn omgeving. Over de Adviesgevers en de Zwijgers. Die vast ook hun eigen verdriet voelen en boosheid, misschien wel op hem gericht want

“ Verdriet is hinderlijk, we wachten wel tot het over is

Mensen rond om mij ook ik voel het aankomen. En ik hoor het van mijn ‘collega-Jonge weduwen’. Mensen willen dat het voorbij gaat. Leed heeft een houdbaarheidsdatum schreef Chris ooit. Mensen willen dat het over gaat.  Dat het beter met je gaat.

Je ziet er beter uit dan een tijdje geleden”,  schrijft Julian in zijn boek.

Ik herken de woorden. “Je ogen staan veel minder verdrietig”, zei iemand tegen me. Het sneed dwars door me heen. Minder verdrietig als in eerst was ik helemaal rauw en kapot en losgetrild van de wereld en nu gaat het stukken beter? En ik voel dat die opluchting vooral aan de kant van die ander is. Het maakt mij meer benaderbaar. Het is minder confronterend. Minder pijnlijk. Minder rauw.

Julian schrijft

Werp je verdriet af, laten zulke mensen doorschemeren, dan kunnen we allemaal weer lekker doen alsof de dood niet bestaat, of op zijn minst nog prettig ver weg is.  

Ik herken het. Het roseetje smaakt toch net iets minder goed, met zo’n verdrietige weduwe die langsfietst door de straat. Ik snap het best. Mijn plek op feestjes vroeger was ook niet bij de tafel der Verdrietigen…..

Omdat de pijn en het verdriet weer zo aanwezig is deze dagen lees ik Hoogteverschillen met zoveel herkenning. Zijn woorden duiden mijn verhaal. Op een niveau waar ik ook van houd. ‘ Still confused, but on a much higher level’ brengt zijn boek me als hij schrijft dat

Binoculaire herinnering monoculair is geworden. De herinnering verandert  in de eerste persoon enkelvoud.

Ik voel het weer. Je deelt je herinnering niet meer met degene met wie je hem hebt gemaakt. En dit maakt dat je je zo nog meer afgesneden voelt van dat wat was. Foto’s zijn geen afbeeldingen van herinneringen. Maar afbeeldingen van afbeeldingen van herinneringen. Het drijft verder weg. Ik drijf verder weg van ons. Van hoe we samen zijn. Waren.

We zijn niet meer samen. Wij zijn niet meer. Ik voel het juist zo deze laatste weken en dagen op weg naar De Datum.  Toen Papa nog bestond, zei Alex laatst in een zinnetje even tussendoor. Natuurlijk zeggen de Adviesgevers dan, dat iemand nooit weg is, dat hoewel je dood bent, je nog steeds bestaat. Dat er meer is dan het leven nu, en hij altijd bij ons is en blijft. …

Het helpt niet. Wij zijn geen wij meer in de zin van Samen Leven. Wij zijn een wij waarvan er een dood is.  We maken samen geen nieuwe herinneringen meer.  Zoals Giorgio en Sandra ook los van elkaar altijd samen waren, zei Anna in haar toespraak. Nu zijn we los van elkaar. Niet meer samen. Het is zo’n groot verdriet.

Hoogte verschillen beschrijft voor mij precies de omvang van het verdriet zoals het nu is:

Je voegt twee mensen samen die nog niet eerder zijn samengevoegd. Als dat lukt wordt er iets nieuws gemaakt en is de wereld veranderd. Dan wordt op enig moment, vroeg of laat, om een of andere reden, een van de twee weggenomen. En wat wordt weggenomen is groter dan de som van wat eerst was. Dat mag rekenkundig gezien niet mogelijk zijn, maar emotioneel gezien is het dat wel degelijk..

Het doet precies zoveel pijn als dat het waard is.

Het doet pijn

Het is het waard